De afbeeldingen van de wagens bieden een bijzondere inkijk in de Aarschotse autogeschiedenis.

Garage Minerva Aarschot – bron: Aarschot weleer

Arthur (foto: 3 september 1939)

De oer-Belgische Minerva van Arthur is één van de eerste auto’s in Aarschot.
Vervolgens schaft Arthur zich een Dodge aan in de Jozef II-straat te Brussel, waarmee hij met Clementina wekelijks de groothandelaars in modestoffen bezoekt (o.a. waar nu het stripverhalen museum gevestigd is). Komt er op de Brusselsesteenweg een tegenligger aan, dan rijdt Arthur vlug naar de kant om een ongeval te voorkomen!

Een zwarte kever met twee gescheiden achterraampjes is de eerste auto van Frie

PORSCHE
Antoine Dufilho – technique: aluminium & acier inoxidable – 80 x 36 cm
(1962) “Ze kunnen nog geen huis betalen en ze rijden met een Porsche.” – klaagt Jos VK aan moeder Tineke
“De witte (echt wit, niet ‘elfenbein’-wit) Porsche (met een ‘W’ nummerplaat, herinner ik mij) was wel niet de hyperzeldzame en hyperbreekbare raceversie 356 Carrera GT 2000GS. Het was wel de 356 C (gezien de afgeplatte wieldeksels en de beide uitlaten in de achterbumpersmet 1600 motor en 95 DIN-pk. én schijfremmen. Dat ging al wonderwel goed vooruit, want gewicht maar net 900 kg.” – Arie

“Deze Peugeot 404 herinner ik mij nog goed: het was een ‘Injection’ zoals links van de nummerplaat achteraan in discrete doch sierlijke letters stond vermeld. Hij was lichtblauw niet-metaalkleurig, in de woorden van Frie ‘os levraakesblaat’ genoemd.” – Arie

Leyland Princess (1975-1981)
Op de hoek van de Elisabethlaan en de Pastoor Dergentlaan, naast het notariaat baat Maria Walschaerts een Gult benzinestation uit. Als klein jongetje komt Pieter bijna dagelijks in de garage. Hij vindt de geur van benzine lekker. Benzeen, de stof die een belangrijke rol speelt bij de geur van benzine zorgt namelijk voor de zoetigheid in zijn neusgaten. Dronken doodgraver Jef Kist komt met zijn corbeillard tanken met een lijk in z’n bak. Het is daar rond de naftpomp een ontmoetingsplek die aanzet tot een spontaan gesprek. Op dezelfde plek is de echtgenoot van Maria, concessiehouder van British Leyland. Garagist Cyriel is tevens vrijwillig brandweerman. De jaarlijkse opendeur-week grijpt Pieter vanaf de eerste seconde. Godfried leent zijn grote ondergrondse garage aan Cyriel zodat die er ’s nachts de nieuwe auto’s kan stallen: Mini-Coopers, Allegro’s, Princesses, TR7 … . Tijdens een aankoopprijs onderhandeling vraagt een kandidaat koper “om er nog iets van af te doen”. Antwoordt Cyriel droogjes: “Awel, veu jaa zal ‘k er ne pare-chocs af vaaze…” ’s Nachts worden er in Aarschot al eens street-races georganiseerd. De opgefokte Mini-Coopers, Simca’s 1000 Rallye 2, Renault 8 Gordini’s verzamelen voor de garage van Cyriel want zijn zoon Robbie rijdt mee met een Mini-Cooper. Pieter gluurt vanuit het raam naar de street-races. Er wordt schande gesproken over die races maar ze gaan gelukkig gewoon verder.

Naamvermeldingen van garagisten worden verwijderd. Heeft Frie de topversie van een type moet het kenteken er afgehaald worden. Bij een instapmodel laat hij het kenteken staan. Met branding op draagtassen mag je trouwens in Aarschot ook niet gespot worden. Bij inkopen wordt de buidel eerst binnenstebuiten gekeerd.
Graag en hooggeziene gasten thuis zijn baron van Strydonck de Burkel en diens echtgenote burggravin de Spoelberch. De burggravin is mede-eigenaar van Stella-Artois. De edellieden worden niet goed van protserbakken en cruisen van Brussel naar Wolfsdonk met een Toyota Corolla Liftback. Zij kiezen bewust voor een eenvoudige, onopvallende auto en drijven de spot met met Mercedes-of BMW rijders. Daaropvolgend verwisselt Godfried zijn Mercedes S voor een Citröen.

Citroën CX Pallas (1976-1980) geweldig comfort met hydropneumatische vering.
“De gagarist geeft toe dat het is een ‘maandagmorgenauto’ is.” – Frie

Suzanne Valadon – Le Sacré-Coeur – 1916 – huile sur toile
De CX – Pallas reist bij dageraad Godfried, Mia, kinderen en oma Colette naar Parijs. Voor de kinderen is het een eerste keer in de lichtstad. ’s Middags een bezoek aan de Montmartre met déjeuner bij “La Mère Catherine”.
De zonen worden aan de schoolpoort afgezet. Merkt Frie onderweg zoenende studenten op, dan roept hij hen toe: “Moet ik mèrrege een matras meebrenge?” Zéér genant om later de vrijer in schoolgangen te kruisen. Vervolgens gaat Pieter per fiets naar school.

Frie koopt voor 10.000,- Frank een tweedehands Renault Fourgonette van Gervais Danone. Zaterdagnamiddagen: In de streek van Aarschot helpt Pieter notaris-verkoopsborden te plaatsen op bouw-en landbouwgronden. Met een schroef anker diep in de grond en dan met de hamer er op kloppen dat ze goed vast zitten. Met zijn stappen meet Frie gronden af. Daarna paardenvoer gaan halen in Testelt. Pieter vindt dat allemaal saai maar klaagt niet.

Frie en Ilse (foto: Champtercier, 1982)

Frederik Willems (foto: 1988)
In ‘de Bemde’ van het schone Langdorp door Frederik Willems
“Ik herinner me een namiddag tijdens de zomervakantie van 1988. Mijn vriend Pieter Van Kerckhoven kwam thuis in Langdorp met de jeep van zijn vader aangereden.
Ik was 17 jaar en de drang om met de auto te leren rijden was prominent aanwezig en werd aangewakkerd door Pieter, net iets ouder dan mij en die zijn rijbewijs reeds op zak had.
Pieter stelde voor om een ritje te maken in “de Bemde” van het schone Langdorp. Gwendolyn Rutten, de beste vriendin van mijn zus Sofie was ook op bezoek. We vertrokken met zijn vieren richting Testelt en stopten in de Broekstraat aan de Testeltsesteenweg.
Pieter stelde voor dat ik het stuur zou over nemen. Het was niet de eerste keer dat ik met die jeep reed. Pieter had me al ettelijke malen uitgelegd hoe een auto te besturen en al de vorige ritten waren een triomf (hahaha).
Ik startte de motor en vertrok. De Broekstraat is een oude holle weg waarvan de wanden al maar steiler worden. Dat creëerde voor mij de illusie dat de weg steeds smaller werd. Ik veronderstel dat paniek me overmeesterde en plots draaide ik het stuur naar links! Een stomme reactie met als gevolg dat de jeep de flank opreed en omkantelde. Paniek! Maar niemand geraakte gewond.

Gwendolyn Rutten in een geel Holly Hobbie kleedje met grote strik, samen met Sofie Willems op de achterbank, kwamen er met de schrik van af.
Verdwaasd kropen we uit de jeep, probeerden te kalmeren en een plan te bedisselen om te voorkomen dat we het aan iemand moesten melden. Ik had namelijk nog geen rijbewijs.
We besloten om naar “Fien Shell” te telefoneren. Haar man zou ons wel helpen met zijn takelwagen om de jeep terug op zijn vier wielen te trekken.
We gingen richting Testeltsesteenweg en belden aan de woning van de ouders van dokter Van Tongelen. We vertelden wat er gebeurd was en vroegen of we de garagist mochten telefoneren (gsm bestond toen niet). De geschrokken mevrouw Van Tongelen wilde de politie bellen. Dat we de politie op ons dak zouden krijgen was het laatste wat we wilden. We opperden dat de jeep eerst geheveld moest worden en dat we later zelf de politie zouden verwittigen.
Pieter belde met “Fien Sell” en even later kwam de takelwagen er aan. De jeep werd rechtgetrokken en de garagist zag dat er carosserieschade was. Ik panikeerde om mijn ouders en die van Pieter in te lichten. Pieter stelde me gerust: “Maak je geen zorgen, we lossen dit op.” De jeep werd naar de garage getakeld en wij keerden te voet terug naar huis.
Verbaasd opende mijn moeder de voordeur: “Jullie zijn toch met de jeep vertrokken en nu komen jullie te voet terug! Wat is er gebeurd?” Ik biechtte het avontuur op en het werd niet mijn beste dag.
Die avond lichtte moeder mijn vader in. Ik werd op het matje geroepen en er aan herinnerd dat mijn gedrag onaanvaardbaar was (roekeloos gedrag van een verwend nest, zonder rijbewijs, etc.). Ik moest mij ook gaan verontschuldigen bij Pieter’s vader.
De volgende dag fietste ik naar de Steenheuvels waar de familie Van Kerckhoven woonde en bood mijn excuses aan. De notaris stelde mij gerust: “Ge moet het u niet aan trekken maar ziet dat ge in de toekomst ’tegoei’ met de auto leert rijden.” De jaren die volgden, werd dit incident “een inside joke” van de familie.” – Frederik Willems (2024)

Sophie Willems en Pieter (foto: Côte d’Azur)
“Si un homme ne sait pas vers quel port il navigue, aucun vent ne lui est favorable.” – Sénèque

De eerste BMW serie 7 gemaakt tussen 1977 en 1987. Het statusblik van Frie verbruikt veel olie. (foto: 1985) “De rijkste mensen die ik ken rijden met kleine, discrete auto’s en lachen Mercedes-en BMW eigenaars uit.” – Godfried

BMW 325 ix
Zwei Frauen in Brüssel, eine Parkplatz – was ist da passiert? “Waarom laat papa lijkbleek de politiecommissaris van Aarschot naar buiten?” vraagt Pieter. De dag voordien hield Mia (49) een parkeerplaats vrij voor Frie die in aantocht was. Ze moest op de stoep springen want een andere wagen pikte vrijpostig de parkeerplaats in. Mia trok het portier van de geparkeerde auto open en gaf de vrouwelijke chauffeur met haar briljant en goud geringde hand een harde mep in haar gezicht. Een getuigen noteerde… . Het slachtoffer heeft klacht ingediend want kan zo niet meer werken. In het proces staat: “…Une Flamande d’une quarantaine d’année avec un genre de vison…”. Frie vreest dat hij de rest van zijn leven moet betalen. Maar Mia’s soliede netwerk maakt er terstond een doofpotaffaire van.

In de jaren ’90 rijdt de hoofdspersoon van deze rubriek met deze Japanese patserbak, een Honda Legend II 3.2i V6 (bouwjaren 1990-1996). “De beste auto die ik ooit heb gehad.” – Frie
Geregeld gaan de notaris en Pieter op prospectie bij autodealers, die hen met de nodige égards rondleiden:
F: Autoliefhebbers vervangen hun wagen niet graag. Het draait om het gevoel van: ik droom ervan. Ik was liever garagist geworden dan notaris.
Een garagehouder haakt in: Allé Meniejer de notuires, tot as me nog es zuike kunne doen!
(1993) Frie merkt de ‘H’ broeksriem van Pieter op:
F: Awel joeng, ‘H’ van Honda? Hebben ze u in de garage ne ceinture gegeven? Is het de ‘H’ van homo?
M: Maarr nee Frrie. Dat is Hermès. Wij kunnen dat niet betalen, maarr hij heeft het verr gebrracht…
F: Het enige wat da menneke kan zeggen is “Da’s chique of da’s niet chique”. En er zit geen werken in. Dat’em maar met een rijke trouwt die hem kan onderhouden.

Wanneer Clément Jamar (58) sterft rijdt Mia zijn Peugeot 404 verder. Pieter krijgt weinig speelgoed omdat hij toch alles kapot doet, zoals bv zijn miniatuurautootjes die hij achter de wielen van de 404 plaatst in de garage van de Elisabethlaan. Mia rijdt de autootjes plat en Pieter krijgt kletsen.

(omstreeks 1975) In Houthalen in de garage van zijn grootmoeder staat een verborgen schat: een Jaguar uit 1964 van de grootoom van Max Verstappen. Wekelijks gaat Pieter tevergeefs aan de deurgrepen trekken. Francis Collignon is er van plan om zijn S Type 3.8 Ltr te restaureren.

(1974) Golf (foto: met de ontwerper Giorgetto Giugiaro) “Le temps des cerises” en “Sjakie van de hoek” klinken in de lichtblauwe Golf van Mia op weg naar Hasselt en Houthalen.

(1979) Matra Simca Rancho
In de garage heeft Pieter het stuur van de Rancho helemaal door gedraaid. Mia heeft niets in de gaten en wanneer zij vlot de garage uitrijdt knalt ze tegen de muur.

(1983) Honda Civic S Volgestouwde opbergvakken met audio-cassettes van Julio Iglesias, Joe Dassin, Michel Sardou, Albano&Romina Power, … 154.000km zonder een mankement.

(1987) Honda Aerodeck En voiture Mia…

(1992) Godfried maakt geen tijd om voor Mia een volgende auto te kopen. “Onze Pieter moet maar bij den Opel in Langdorp een model gaan uitkiezen. Da zijn goei kalanten en brave mensen die hard werken”. Pieter gaat voor een opgefokte Astra 2.0l GSI. Wanneer de gepimpte Johnny-bak geleverd wordt haalt Godfried hard uit. Mia vindt het grappig dat plots jonge mannen bumperkleven en haar voorbij scheuren.


Pieter – Yamaha 80cc

Pieter (20) cruist in het ‘Schwulenviertel’ van Brussel waar hij een Marrokaanse muscle hunk ontmoet die graag op Pieter èn met Frie’s Honda rijdt. Pieter komt in een Schaarbeeks’ dakappartement terecht waar de man huist bij zijn moeder en zusjes. Wanneer de hunk niet op een afsraakje verschijnt is de moto verdwenen. “Alé, dan moet ik daar oek gèn assurance ne-mieje veu betuile. Hij heeft mijne moto luite pikke, in Brussel, veu de jeanette-koote.” – reageert Frie. En de hunk is niet meer bereikbaar. Wat later ziet Pieter hem met zijn moto in Brussel toeren. Hij laat het zo, want te lastig om op te lossen… .

de gebroeders Van Kerckhoven (foto: 1984)

(1982) Met de bordeaux Pacer (bouwjaren 1975-1980) van buurvrouw Clairette leert Pieter zichzelf in ’t geniep autorijden. “Maar waar heeft’em dat toch geleerd?” – Godfried. De carrosserie bestaat voor meer dan een derde uit glas en wordt in Aarschot “den aquarium van Clairette” genoemd. De rechterdeur was 10 centimeter langer dan de linker. Tijdens soupers helpt Pieter wijn schenken, speelt piano voor de gasten en haalt vervolgens de sleutels uit hun mantels en probeert hun auto’s uit.

Pieter met Moto Guzzi

De jonge Pieter voelt zich een buitenbeentje. Hij verlangt naar vrijheid, naar een bestaan dat niet wordt bepaald door schema’s en planningen: “Mijn leven werd ingevuld, als een kleurplaat. De grenzen duidelijk afgebakend door dikke zwarte lijnen.” (foto: Amsterdam, 1999)

Een Harley is een perfect voorbeeld van hoe Pieter zijn mannelijkheid in de verf wilt zetten (foto: Parijs, 2021)

Vitesse in beeld “Freiheit ist der Wille, für sich selbst verantwortlich zu sein.” – Max Stirner
(2017) Pieter woont een deel van het jaar in Hamburg.


De zwarte Rover P5 3 liter 6 cylinder uit 1959 ooit eigendom van dokter Gybels; de schoonvader van Paul Van Kerckhoven.
In het begin gebeuren huisbezoeken nog met paard en koets.

ritueel: de meter van Pieter, Leentje Gybels laat haar donkerblauwe BMW 3.0 CSi driemaal claxonneren wanneer zij thuis komt aanrijden. Gusta de huishoudster rent angstvallig naar buiten. Door teken te doen helpt zij madam om botsingen te voorkomen bij het parkeren in het smalle Capucienenstraatje. (jaren ’70)
In de jaren zeventig gebruikt dokter Paul Van Kerckhoven zo’n exclusieve rode Mercedes SL voor huisbezoeken. Opvallend: na 10 jaar werd de wagen verkocht voor de aankoopprijs. Vandaag te bewonderen tijdens de Aarschot Concours d’Élégance.

het Jos Van Kerckhoven vehikel, een Mercedes Benz model W111 – 220 versie

( jaren ’70) De witte Peugeot 504 waarmee Jos in één trek naar de Provence rijdt.

en in de jaren ’80 met een witte Peugeot 505

Het gebeurt dat Jos Vissenaekens, de eerste klerk van notaris Godfried ’s morgens de zonen Gert en Pieter naar school Bekaf bengt in zijn Volkswagen. Er is geen radio in de VW type 3 1600tl (1961-1973) maar Jos zorgt fluitend voor ambiance.

In zijn witte Opel Kadett coupé (1965-1973) bengt de rokende notaris klerk Gaston Weckx de broers ’s avonds terug naar Wolfsdonk.
<< XXV Lavendula
XXVII Kleinkinderen >>>