<< XXVI Les Belges aiment la bagnole

Marise, William, Roxane

“Luit ze mui binne koome (stilte) de vremde soot. M’n kleinkindere zullen er nog kunne teege vichte. Ik zal ’t nemieje meemuike. Dui teege zal’ek piejer kiek zaan. (stilte) Lacht er mui mee joeng. Ge zult nogal is e bekke verschiete.” – Frie

grootvader Gysel, Ilse en Roxane

Roxane, Ilse en Pieter

Roxane Gysel

“Ik krijg altijd veel complimenten met de handtassen en/of bijoux van Mimi (Mia)” – Roxane

Roxane draagt een uurwerkje dat haar overgrootmoeder Colette Jamar Swerts kreeg in 1921

William en opa

Met de dresscode ‘prinses’ nodigt Pieter zijn nichtje uit voor een bezoek aan het Koninklijk Paleis te Brussel. Geen evenement is geschikter om groots uit te pakken met een prinsessenjurk.

Na afloop wordt prinses Mathilde aangeschreven: “Gedurende het verlof heb ik Uw rol waargenomen.” Vervolgens richt prinses Mathilde een persoonlijk dankwoordje aan Marise. (2011) Als peuter kan Marise de naam Pieter niet uitspreken en noemt hem dan maar Petach tot grote hilariteit van Frie maar Mia huivert ervan. Anno 2024 noemen de kinderen van Ilse hun oom nog altijd Petach. In Brussel en Parijs maken ze er al eens ‘Pistachke’ of ‘Petachon’ van.

Marise Gysel

Pieter Gysel – Anvers – (1621-1690) – Paysage fluvial – huile sur cuivre – 15×20 cm

Orphelin très jeune, il entre à l’âge de 20 ans comme apprenti dans l’atelier de J. Boots. Franc-maître de la Gilde d’Anvers en 1649/1650, il est fasciné par l’œuvre de Jan Brueghel de Oude. Tout en s’inspirant des sujets de celui-ci, Pieter Gysels fait évoluer sensiblement leur composition: par sa façon de traiter l’espace et de réduire maisons et personnages, il en donne une interprétation plus intimiste. Musées: Amsterdam, Dresde, La Haye, Münich.

Clément: kleinzoon van Frie en petekindje van Pieter (2010)

Le vent dans tes cheveux blonds, le soleil à l’horizon
Quelques mots d’une chanson, que c’est beau, c’est beau la vie
Un oiseau qui fait la roue sur un arbre déjà roux
Et son cri par dessus tout, que c’est beau, c’est beau la vie.

Tout ce qui tremble et palpite, tout ce qui lutte et se bat
Tout ce que j’ai cru trop vite à jamais perdu pour moi
Pouvoir encore regarder, pouvoir encore écouter
Et surtout pouvoir chanter, que c’est beau, c’est beau la vie.

Le jazz ouvert dans la nuit, sa trompette qui nous suit
Dans une rue de Paris, que c’est beau, c’est beau la vie.
La rouge fleur éclatée d’un néon qui fait trembler
Nos deux ombres étonnées, que c’est beau, c’est beau la vie.

Tout ce que j’ai failli perdre, tout ce qui m’est redonné
Aujourd’hui me monte aux lèvres en cette fin de journée
Pouvoir encore partager ma jeunesse, mes idées
Avec l’amour retrouvé, que c’est beau, c’est beau la vie.
Pouvoir encore te parler, pouvoir encore t’embrasser
Te le dire et le chanter, oui c’est beau, c’est beau la vie.

William, Roxane, Mia, Marise en Armand (1933-2008)

Op de Steenheuvels is de 75-jarige tuinman om het leven gekomen nadat hij terecht kwam onder een omvallende boom. Het tragische incident gebeurde toen hij een denneboom omzaagde.

Treinbestuurder op rust Armand vertelt: “In Wolfsdonk heerste er nog armoede. Ik had enkele sterke mannen uit het dorp verwittigd op welk tijdsstip ik de spoorweg nabij Wolfsdonk zou passeren. Ik had nl. enkele wagondeuren ontgrendeld en liet m’n vrachttrein stoppen. De mannen die zich verborgen hadden wachtten mij op om haastig goederen uit de treinwagons te droppen. Vervolgens kwam de trein terug langzaam in beweging richting Duitsland. Het was tenslotte om arme dorpsgenoten te helpen.”

XXVIII Het woord van God >>>