DE SHERIFF (1945-2009) door kunstfotograaf André Matthijssens.

De eerste kerstavond na WO II, 75 jaar geleden werd “De Sheriff” Frans Léonard Bellens (1945-2009) geboren.  

Hij had altijd een revolver op zak maar was niet kwaadaardig, in tegendeel. In het centrum van Aarschot bewaakte hij de auto’s en men gaf hem daarvoor 5,00 Frank. Als hij op de Bonewijk stond kreeg hij gratis een zakje fritten van frituuruitbater Danny.  De Sheriff regelde het verkeer als de school uit was! Hij woonde in de Papenakker te Gelrode bij zijn broer Jos die hij hielp met kranten rond dragen.  

Als goede burgervader hield Willy Schellens een oogje in het zeil. Bij de opening van de kermis vroeg een foorkramer spontaan aan de Sheriff om zijn kraam te bewaken. ‘s Anderendaags kwam de burgemeester in Aarschot aan en zag dat de Sheriff de hele nacht op wacht was blijven staan. De burgemeester ontfermde zich over hem. Willy Schellens trakteerde hem al eens op mosselen met frietjes. Tijdens de jaarlijkse loopwedstrijd in Gelrode was de Sheriff ook paraat om een handje toe te steken. Eén enkele keer was hij ‘s nachts op wandel op de autosnelweg. Toen heeft de Sheriff veiligheidshalve een nachtje op het commissariaat doorgebracht. De Sheriff was fier dat hij de mensen van de politie kende, die van het vuilins en vooral burgemeester Willy Schellens.

Hij stond vaak voor de toenmalige juwelierszaak Jack Terweduwe (vandaag Leda Gheysen – juwelenontwerp) om een overval te voorkomen.  Vlak daarover was het atelier van kunstfotograaf André Matthijssens.  André riep de Sheriff binnen om te schuilen voor de regen en stelde voor een reeks foto’s van hem te maken en hoeveel hij daarvoor vroeg.  De Sheriff ging akkoord op voorwaarde dat hij een tros bananen kreeg.  De fotograaf liep snel naar de markt en kocht de bananen.  De Sheriff was opgetogen over de foto-shoot en kwam kort daarna terug in een ander kostuum.  Daarvoor vroeg hij een pak chocolade. 

Iedereen had het voor “de Sheriff”. Hij had vaste staanplaatsen en bleef daar dan uren staan, ook ‘s nachts.

Het gebeurde dat hij werd uitgelachen.  Dan ging hij wenend terug naar huis.  Wanneer Aarschottenaars zagen dat er met hem de spot werd gedreven werden de plagers hardhandig aangepakt.  

Ik zei hem altijd goeiedag en gaf hem al eens een pintje.  Mensen die iets over de Sheriff weten mogen mij altijd contacteren.  Pieter Petach@hotmail.com of tel. 00.33.6.862.166.30

“DE SHERIFF” door André Matthijssens.

“DE SHERIFF” door André Matthijssens.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is de-sheriff-1001x1024.jpg

De Sheriff en Pieter Van Kerckhoven.

DE VERKLEEDDE VERKLEED.

Een script voor een kortfilm. Eindwerk van Marthe Kerckx. (5de middelbaar, 1995)

Een bescheiden hommage aan de gebroeders lumière.

Mijn ongemakkelijk leven

ligt bleek in de zon

en nadert de vijftig.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is sheriff-kort-en-bondig-cowboy-art-778x1024.jpeg

Waarom de “Sheriff”?

Reeds achttien jaar woon ik in Langdorp, een lang dorp zoals ons verteld. Langdorp is een deelgemeente van Aarschot. ‘En daar wil ik nu naartoe’.

Aarschot, de parel van het Hageland. Bekend om zijn knotwilgen, frietkramen, begijnhoven en zijn baancafés. Met zijn Brigitte Raskin, Arthur Meulemans en met aan het hoofd van de stad “de Sheriff”.

De markt, de plaats van de Sheriff, maar waar is hij? Van oud op nieuw, in het holst van de nacht zag ik hem. Stapte ik naar hem toe ondersteund door Jef, mijn scouts kameraad, vroeg hem of hij wou meewerken aan m’n werk voor audio. Legde hem uit wat het inhield.

Wat was hij mooi, echt mooi.

In de kou, het putje van de nacht stond hij op z’n vast plaats. De stadsfiguur al jaren, gekleed in cowboy.

Vandaag donderdag, vroeg opgestaan op zoek naar de Sheriff. Ik neem in gedachten zijn positie in, kijkend naar de mensen.

“Hoe is mijn kostuum? Doe ik het goed?

Blikken worden afkeurend in mijn richting geworpen.

Ik ben bevroren van de kou en besluit een kop koffie te gaan drinken in de Chaplin. Een rustig café op de markt van Aarschot. Rustig!”

Ik moet hem vinden. Ik besluit om het aan een aantal marktkramers te vragen, zodra mijn koffie op is vertrek ik, op zoek naar m’n stadsfiguur.

Wat! Daar is hij. Dat dit nog mag voorvallen. Half twaalf gepasseerd. Ik ga naar hem toe.

Hij lacht met stralende ogen. Hij heeft pas vast gezeten in Tienen omdat hij op de autosnelweg wandelde en men hem ‘zot’ verklaarde.

Waarschijnlijk bestaat er hierover ook geen twijfel. Uitkijken is de boodschap!

Om hem aan het woord te laten ga ik met hem iets drinken.

Café “De Century”, het Johny-en Marinahuis van Aarschot. Daar, doorlopend, hoor ik telkens “hé Sheriff”. Hij is bekend en dat doet hem plezier. Te veel volk, te veel muziek, een rustig cafeetje aan de overkant sleept ons naar binnen. Veel te chique, blikken worden verwonderd naar ons toe gericht. Dit is wat ik zoek. Ik presenteer hem een sigaret en vraag wat hij wilt drinken.

Zijn echte naam is “Frans Léonard Bellens”. Geboren op 24 december 1945 dus net 50 geworden. Het lijkt een sprookje maar hij bevestigt me dit met zijn identiteitskaart. Ik feliciteer hem.

Veel kom ik niet te weten. Hij woont bij zijn broer Jos die kranten ronddraagt en hij helpt hem daarbij. Hij kent de mensen van de politie, van het huisvuil en hij pronkt wanneer hij zegt dat hij de burgemeester kent. “Willy Schellens, da’s ne goeie kameraad van mij.” Hij spreekt stil en maakt schokjes met zijn schouders. Hij is gevleid. Ik neem een foto van hem. Hij wilt het te goed doen.

Ik neem afscheid. Hij schudt mij de hand, hij is trots.

Hij zet z’n vlugge stap in en verdwijnt achter de kraampjes over de markt. Ik merk hem het laatst wanneer hij stopt, zijn hand in de lucht duwt en zwaait, lacht en verdwijnt.

Hij gaat Miel helpen bij de afbraak van zijn kraam.

Marthe Kerckx (1995)

Eindelijk is alles hetzelfde.

Kijk eens, zegt geluk, en toont ons het nu.

Het beeft een beetje in zijn handen.”

Synopsis

Poëtisch portret van de Sheriff in Aarschot.

Scenario:

  1. Exterieur – drukke baan – dag

De Sheriff wandelt zijn vaste route richting Aarschot. Hij loop onder een verkeersbord door.

OFF STEM:

“Er wonen mensen die ik niet ken, die ik gezien heb en niet heb

gezien,

Zij zijn gelukkig, omdat ze mij niet zijn.”

De Sheriff, staat stil langs de drukke baan, wachtend op niets, denkend.

OFF STEM:

“Wat een groot geluk niet mij te zijn!”

Denkend aan wat hij vandaag zou kunnen doen.

OFF STEM:

“Wat ga ik vandaag eens doen?

Niets.

Dat heb ik gisteren al gedaan.

Nee, dat was een ander niets.”

2. Exterieur – voor café – dag

Uiteindelijk besloten om iets te gaan drinken.

OFF STEM:

“Ik had te lang gewandeld, wanhopig op zoek naar een café waar ik neer zou kunnen zitten.”

3. Interieur – café – dag

Cafébaas kijkt afwezig toe wanneer de Sheriff binnenkomt.

GEDACHTEN CAFEBAAS:

“Een briesje doet jurken en dassen opwaaien.”

De cafébaas gaat achter zijn toog staan en blikt in de richting van de Sheriff.

CAFEBAAS:

“Je moet het hebben gezien om het later niet te kunnen geloven.”

De Sheriff gunt hem een blik terug en kijkt hem bedenkelijk aan.

OFF STEM:

“Je was mooi lelijk,

Je trok er glimlachen over aan,

Daarachter bleef je kijken.”

De Sheriff begint zich af te vragen waarom hij toch is binnengekomen. Misschien dat hij alles wat hij heeft gedroomd mee zou kunnen nemen naar een andere wereld. Maar wat gebeurt er met het gene hij vergeten is te dromen?

“Maar waar het allemaal aan lag…”

OFF STEM:

“Dat ie zijn moeder hoorde schreeuwen. Zag hoe de deur werd ingetrapt zag hoe z’n vader werd geslagen dat ie nooit meer iets anders ziet.”

Hij legde zich bij zijn gedachten neer, wat hij niet geweest was, wat hij niet gedaan had, alles wat hij had gedroomd, hij had het beste van hem laten zien.

OFF STEM:

“Dat kunnen zij niet weten, daarover praten doet hij niet.”

Een man aan de bar begint tegen de Sheriff te praten, alsof die man weet wat hij denkt.

MAN:

“Ik zal u eens wat zeggen: Ieder mens komt op de wereld met krachten die hem in staat stellen om de meest uitzonderlijke ervaringen op te doen. Je bent aan geen wetten gebonden. Maar dan laat het leven je voortdurend kiezen tussen twee mogelijkheden, en voortdurend voel je één is er niet bij; voortdurend die ene ongedachte derde mogelijkheid.”

“En je doet alles wat je wil en je hebt nooit gedaan wat je wilde. Tenslotte word je talentloos.”

Hij weet het allemaal niet precies meer en hij verzinkt weer in zijn gedachten.

OFF STEM:

Ik ben geworden wat ik niet kon zijn,

en wat ik zijn kon ben ik niet geworden.”

Een man in het café, die er zelf niet al te pienter uit ziet spreekt met grote overtuiging.

MAN:

“Hij heeft het gevoel dat hij een geheim is dat zich niet verstaanbaar kan maken. Het is de laatste toevallige, onechte manier om hem uit te drukken die hem nog rest.”

De Sheriff laat het over zich komen. Misschien heeft de man gelijk.

OFF STEM:

Hoe meer ik mij verloor, hoe meer ik mezelf was. En het was het lot van de geest in de wereld vernedering te ondergaan. Vernedering, begrijp je, dat ben ik dan.”

Niemand weet wie de Sheriff is en niemand zal het ooit weten. Dit is het enige wat vast staat.

OFF STEM:

“Men herkende mij meteen als de persoon die ik niet was en ik ontkende niet, en was verloren. Toen ik mij wilde ontmaskeren, zat het masker vast aan mijn gezicht.”

De Sheriff heeft vuile handen. Hij moet een inspecterende vrouw beloven ze te wassen.

OFF STEM:

“Hier wordt ik de schepper van mijn dagelijkse ondergang.”

Misschien voor aandacht, maar in elk geval uit jaloezie keert hij haar zijn rug toe.

OFF STEM:

“Ze mogen het niet weten.”

Met de Sheriff is even niets aan te vangen.

OFF STEM:

“Pak me niet bij de arm!

Ik houd er niet van bij de arm gepakt te worden.

Ik wil alleen zijn.

Ik zei toch al dat ik alleen ben.”

De Sheriff draait snel bij. Dit is ook een manier van aandacht.

OFF STEM:

“Als ik iemand anders was, gaf ik u allemaal uw zin.”

Je hebt het gevoel dat hij onze oren ging vullen met wie hij was.

OFF STEM:

“Als zij de waarheid hebben, mogen ze die houden!”

Hij draait zich alleen maar om.

OFF STEM:

“Hij is stil.”

Onmiddellijk daarna staat hij recht om zijn gestalte uitstalte te geven zodat iedereen het zou kunnen zien.

OFF STEM:

“Ik wou dat ik de wereld zo kon draaien dat iedereen eens naar mij keek al was het maar begrijpen.”

Vele blikken worden aan hem geschonken.

OFF STEM:

“Kijk ze zitten daar.

Waar komen zij vandaan?

Ze kijken me aan.”

En of ze geschonken worden.

OFF STEM:

“Waar komen ze vandaan?”

“En wat dacht hij?”

MAN:

Ja wadde, de Sheriff!

Een andere man begint hem vragen te stellen en kijkt hem onbewust de deur uit.

MAN:

Waar komt gij vandaan?”

4. Exterieur – drukke baan – dag

De Sheriff verlaat het café, gaat van hen weg.

OFF STEM:

“Misschien dat je, aan’t eind, begint…”

Hij doet of ze niet bestaan.

OFF STEM:

“Zal men mij missen?”

Hij probeert zijn gedachten te negeren maar ze blijven dwalen in zijn hoofd.

OFF STEM:

“Niemand wordt gemist en mij mist niemand.”

Hij loopt al pratend naar huis.

SHERIFF:

“Zonder mij loopt alles zonder mij”.

Stilaan verdwijnt hij.

SHERIFF:

“Ik denk dat het goed met ze gaat. Misschien is mijn bestaan erger voor anderen dan mijn verdwijnen.”

FADE OUT

DE SHERIFF (foto: 1995)

DE SHERIFF (foto: 1995)

Met dank aan:

  • Leda Gheysen – juweelontwerp
  • Marthe Kerckx
  • Josée Lehon – kunsthistorica
  • Willy Schellens – Burgemeester
  • André Matthijssens – fotograaf
  • Johan Noppen