Mijn vader

XIX Marcel en Anna Verrijt Van Hoovels

<< XVIII Steenheuvels

Op de dood van Sterre

Of droom ik, en is ’t nacht, of is mijn Ster verdwenen?
Ik waak, en ’t is hoog dag, en zie mijn Sterre niet.
O Hemelen, die mij haar aangezicht verbiedt,
Spreek mensentaal, en zeg, waar is mijn Sterre henen?

De hemel slaat geluid, ik hoor hem door mijn stenen,
En zegt, mijn Sterre staat in ’t heilige gebied
Waar zij de Godheid, waar de Godheid haar beziet,
En, voegt het lachen daar, belacht mijn ijdel wenen.

Nu Dood, nu snik, meteen verschenen en voorbij,
Nu, doorgang van een steen, van een gesteen ten leven,
Dun schutsel, staat naarbij; ‘k zal ’t u te dank vergeven;

Kom, Dood, en maak mij kortst van deze koortsen vrij:
‘k Verlang in ’t eeuwig licht tezamen te zien zweven
Mijn Heil, mijn Lief, mijn lijf, mijn God, mijn Ster, en mij.

Sterre – Suzanna van Baerle (overleden in 1637)
1638) Schrijver: Constantijn Huygens

XX Wa gui me med u toch moeten uinvange >>>