FRED VANDENDRIES

Geboren Scherpenheuvel, 4 februari 1947

Gehuwd met Paula Willems, kinderen Hilde en Sophie

Woonplaats: Tuinbouwstraat 3 te Wolfsdonk

Studeerde Plastische Kunsten in de Provinciale Normaalschool te Tienen

Leraar in de afdeling Beeldende en Architecturale vorming in het Sint-Jozefscollege te Aarschot

Leraar in Zaïre van 1970 tot 1972

Werkzaam in VAKO Vriendenkring van het Aarschots Kunstonderwijs en AKR Aarschotse Kulturele Raad

Beschrijving werk

Het leven – de eeuwige strijd tussen 

goed en kwaad
macht en onmacht
stof en geest
leven en dood
scherp en stomp
wit en zwart
grof en glad
hard en zacht
dualiteit

Hij debuteerde poëtisch-realistisch, maar evolueerde al vlug naar een meer abstraherende vormgeving. Doorheen stromingen : Realisme, Magisch realisme, Surrealisme, Hyperrealisme.

In zijn werk zijn kleurtoets en sfeerschepping belangrijk. In zijn levendige en kleurrijke composities en assemblages duiken soepele vormen, menselijke en natuurlijke elementen, het paard als naaste van de mens, tekens en symbolen op, die getuigen van de geheimen van het leven, de dingen, de wezens, de wereld. Kunst bedrijven is voor Fred geen formalistisch trucje, het ziet dieper. Het krijgt haast een religieuze dimensie. 

Zijn werk is een vorm van overdracht, communicatie, benadering, weergave van het innerlijke, in een bepaald tijdsgebeuren, rekening houdende met het motorische – oerkracht – omgeving en samenleving.  Belangrijk is de periode waarin het ontstaat, de inhoud, voor mij persoonlijk, zeker niet commercieel. 

De uitvoering, techniek is belangrijk, maar veel minder belangrijk dan men denkt. Het gebruikte materiaal geeft andere mogelijkheden, voor ander werk.

1984 was werk ontstaan in het teken van Orwell en z’n gedachten. Alles verandert – als constante regel – voortdurend.

Zoals zien, denken, voelen, ingesteldheid, waarden van het leven, godsdienst. Het hoeft helemaal niet enkel visueel te zijn. Het is duidelijk het vechten met het leven, gevoelens, omgeving, mensen en natuur. Belangrijk is het afstervingsproces (gevecht met zichzelf met liefde),  dit is allesoverheersend. 

Alleen tijd blijft onveranderlijk alhoewel wij dit anders willen, tijd kent geen tijd.

Roep een bepaalde sfeer –atmosfeer- op.  Vooral het uitdrukken – het werk, het bewegen, het ontstaan – met nadruk op ONTSTAAN is belangrijk.

Tentoonstellingen

1968 Tienen PNT

1971 Zaïre Lubumbashi

1973 Mechelen

1977 Heist op den Berg AXIS

1985 STROMBEEK BEVER C.C.

1988 AARSCHOT ASCOT

1992 Kapitalistische spaarpot – 10 jarig bestaan VAKO

Tekst door Ari Gozin – Opening Kapitalistische spaarpot

Als kleine jongen al was ik gefascineerd door de figuur van Sinterklaas of de kop van Leopold 2. Ze hebben weinig met elkaar gemeen, tenzij misschien de vorm van hun hoofd: een brede baard en naar boven toe spits uitlopend, het hoofd – een ware piramide.

Iedereen kent allicht het prentje uit het puzzelboek waar je hond èn meester, op basis van grappige gelijkenissen moet bijeenbrengen…

Ook nu noemen we paard èn ruiter in één adem. Het valt namelijk op hoezeer de figuur van Vandendries gelijkt op zijn kunstwerkje de ‘Kapitalistische spaarpot’ ter gelegenheid van 10 jaar VAKO.

Toen ik dit ‘object’ voor de eerste keer zag probeerde ik niet na te denken en luisterde naar wat Fred mij erover zou vertellen. Dat was niet eens verwonderlijk weinig: kan je meer verwachten van een kunstenaar die zo spontaan, ritmisch en impulsief werkt, en het duizendvoud aan gevoeligheden in zijn werk stopt? Zijn spaarpot zit vol metaforen.

De vorm alleen al – een driehoekige piramide – benadrukt de SYMBOLIEK: het magische getal drie, de perfecte uitdrukking van ‘veelheid’. Het is universeel en van alle tijden: de christelijke drievuldigheid: gezag, gevoel en rede. De marxistische dialectiek van these-antithese en synthese… 

Vul zelf aan: spanning tussen links en rechts, tussen jong en oud, leven en dood; experiment tegenover ervaring, oppervlakte – en oppervlakkigheid – versus diepgang, bézit – bézetting –bézetenheid…verwachting en verwezenlijking, woord…wet…en daad. Het is voor zoveel interpretaties vatbaar, stof voor duizend-en-één verhalen.

Met deze constante, nochtans: de spanning wordt op de spits gedreven, en leidt nooit tot het bedaren van de gemoederen, of tot onmacht maar tot opstandigheid en verzet. De aanklacht tegen de onrechtvaardigheid van elk antagonisme en uitbuiting, waar de zwakkere het moet opnemen tegen de zelfgenoegzaamheid en de machtswellust van een bedenkelijke Nieuwe Orde…..

Ik ben bezig met een Fred-iaanse vergallopering. Laten we ons niet verliezen in beschouwingen en abstracties, en materialistischer zijn, zoals dit onderwerp – de ‘dito’spaarpot-pest.
De opvallende materiaalkeuze verwijst naar het uitgesproken ambachtelijke handwerk dat in dit kunstvoorwerp benadrukt wordt. Niet als : consumptiegoederen, die massaal worden geproduceerd en waarvan ons alleen de prijs het onmiddellijke nut duidelijk is, wordt kunst bedacht, behandeld en bedreven. Hieruit put de kunstenaar vreugde: hij is de schepper, de ziener en de vormgever, en ..hij amuseert zich, net als die andere Schepper, met klei.

Ook met andere materialen – toevallig (?), weerom drie. 

De voedingsbodem, de basis, is zacht en voelt warm aan. Een onmiddellijke associatie die zich opdringt is de moederschoot, of iets archetypischer, de nest-warmte, onze oer-cultuur, onontgonnen en onbezoedeld gebied uit ver verleden. 

Dan komt – met een foetale roze kleur- het stenen huis, de beschutting, de beschaving – belaagd en bekrast. Zijn het littekens of kunnen we zoeken naar de (verloren gegane) symboliek van hiëroglyfen? Daarachter, daar binnen, stapelen we onze (zintuiglijke) waarnemingen op; we verzamelen onze ervaringen, we bewaren de belangrijke feitelijkheden van ons bestaan.

Het eindigt in de spits – een onzeker reiken naar een grijze toekomst? Of verwijst het materiaal naar het “Magnum Opus” van de alchemisten, die lood in goud zochten te veranderen, ultieme daad van veredeling?

Alleszins een elegant sluitstuk dat misschien wel met het meeste gevoel werd gefaçoneerd: je vermoedt zo dat Fred hier intens mee bezig is geweest. 

Schertsend noemt hij het een kaboutermutsje, een zotskapke, maar verbergen niet alle gevoelige zielen hun kwetsbaarheid achter humor? Zeker is dat dit laatste deel van het drieluik beladen is met symbolen. Het lijkt of de spaarpotgleuf aanvankelijk door een loodzwaar obstakel werd afgelsoten. Alleszins was ze in de eerste fase zo maagdelijk eng dat je er niet eens het kleinste muntje doorheen kon wringen. En zie hoe sterk de metaforen zich opdringen: denken we niet aan dat andere middeleeuwse curiosum – de kuisheidsgordel? Laten we niet stilstaan bij het pikante detail, maar het geheel allegorisch bekijken. De ridder die zijn brute geweld aanwendt om de waarden van het Avondland te verdedigen terwijl hij zijn gevoelens beschermd en veilig weet. Dit is hoe dan ook één van de boodschappen die Vandendries ons wil meegeven – bescherming.

Het behoeden van de onschuld, het beschermen van de jeugd die hij niet wil confronteren met het onbezielde materialisme, de commercializering in de kunst – zoals in alle aspecten van ons dagelijks bestaan. De jeugd, die hij wil afschermen van de gevaren van het vastgeroeste eigenbelang, van de economische uitbuiting, van de vervlakking.

Tegenover het jachtige, het efemere van de consumptiemaatschappij, de video-clip, de reclame-spot, de BTK-relaties, de rat-race, het turbo-leven stelt hij de degelijkheid van de oude, vaste waarden: werken en genieten, wroeten en vrijen, leven en liefhebben. Dat alles met het voorouderlijke symbool van 40 eeuwen beschaving: de piramide, waaraan jaren door een hele natie werd gewerkt; de trage, menselijke vooruitgang tegenover een niet bij te houden en onmenselijke technologie.

Alle speculanten ten spijt, vertegenwoordigt kunst geen beurswaarde en is gedachtengoed geen belegging. 

De kapitalistische spaarpot van Fred Vandendries draagt een boodschap van waakzaamheid uit – op één zijde staat het alziende oog van de ‘hier vloekt men niet’ prent. Hij is tegelijk aanklacht en bezinning. Het is een les die ons te begrijpen wordt gegeven, een symbool voor een zinvol bestaan, waaruit je maar haalt wat je erin hebt gestopt. Hij is mooi om naar te kijken en ten slotte, tot in het uiterste consequent, is hij niet eens te koop: hij is gratis voor wie zich lid maakt van VAKO, de vereniging die haar 10de jaargang heeft gevierd en in haar beleid gelijkaardige ideeën gestalte heeft weten te geven. 

En zo zijn we weer bij dat rijke verleden waar we met de nodige nostalgie naar kunnen terugblikken. Laat deze weemoed dan ook het enige zijn wat tussen droom en daad in de weg staat, laten we woord en daad harmonisch samenvoegen. Géén slotwoord dus, maar een laatste geste, en die laat ik aan Fred. 

Aan hem de eer om deze avond – samen met zijn ‘spaarpot’ te openen…

1990 Langdorp 

1994 Landelijke gilde Wolfsdonk

1997 Aarschot-Brasov (Roemenie) Corneliu Mihai, Ludo Van Hees, Zoltan Albert, Fred Vandendries en Nicolae Trutiu

2005 Ge gelooft et nie loeseefred 2 HAGELAND (Aarschot, parel van het Hageland)
Fred Vandendries stelt tentoon met Fred Boffin, Lode en Seppe Degelin in Gasthuiskerk CC Aarschot

Een kunstproject met als rode draad de confrontatie van een reeks kindertekeningen van Lode en Seppe met het werk van twee vijftigers Fred en Fred

2006 Loeseefred 2+ PALLIETERLAND (naar het boek ‘Pallieter’ van Felix Timmermans)
Kunstenaarscollectief Seppe en Lode Degelin, Fred Vandendries, Fred Boffin en Nady Cuypers in Art-mac-adam Booischot en Kasteel Elzenhof in Aarschot

Verbindingen: land van dynamisme. Geen enkele plaats ter wereld heeft zoveel creativiteit, zoveel kunstenaars, vroeger, nu en morgen. Een hart voor de jeugd, de toekomst!

2010 meer dan tien jaar kunstaankoop van Aarschotse Cultuurraad in het Stedelijk Museum Aarschot

Aarschotse bloei, schilderij aangekocht in 2005. 

Onze-Lieve-Vrouwekerk van Aarschot als symbool van een bruisende stad. Het werk straalt een naïef, creatief optimisme uit

2011 Loeseefred 4 Kunstcollectief HAGE-N-LAND CC ’t Gasthuis;
tesamen met Fred Boffin, Lode en Seppe Degelin

Tekst door Agnes Hendrickx, voorzitter ACR
Deze 4de tentoonstelling is gewijd aan het Hageland, een streek waar nog veel ongerepte natuur is waar nog grote volumes landbouwgrond aanwezig zijn en waar de mens zich nog altijd verbonden weet met beide.

Het ligt voor de hand dat deze tentoonstelling hier plaatsvindt, in Aarschot, de parel van het Hageland, in deze prachtige Gasthuiskapel en zijn gangen. Pittig detail is dat Fred Vandendries jaren geleden toen deze kapel in verval geraalte samen met onder andere Ludo Van Hees zijn steentje heeft bij gedragen tot de restauratie en het behoud van deze unieke site.

Eén van de blikvangers op deze tentoonstelling is dan ook het monumentale werk op loshangend canvas van de voorkant van de Gasthuiskerk. Het is de ontmoeting van twee stijlen: Fred Vandendries schilderde er eerst natuurgetrouw het kerkgebouw op, waarna Fred Boffin op zijn eigen, ietwat stormachtige manier, er lucht, mens en vegetatie aan toevoegde. Alhoewel de stijlen verschillend zijn, ontstond er een verrassende symbiose. Laat dit meteen de leidraad zijn voor heel wat van de hier tentoongestelde werken.

In deze tentoonstelling gaat het echter niet alleen over de werken van Fred en Fred, maar ook over die van Lode en Seppe Degelin, twee jonge kinderen die intensief met creativiteit, met vorm en kleur bezig zijn en ook met muziek.

U merkt dat de symbiose verder wordt doorgetrokken dan die tussen twee kunstenaars die elkaars werk bevruchten. Het gaat hier ook over de symbiose tussen twee generaties.

Veel van de hier tentoongestelde werken vinden hun oorsprong in de kindergeest, totaal onbevangen, een onbevagenheid die bij heel wat volwassen kunstenaars tegenwoordig ver te zoeken is.

De expressievorm eigen aan de Cobrabeweging uit de jaren ’40-’50 is hier nooit echt ver weg. Want ook die kunstenaars lieten zich inspireren door kindertekeningen – spontaan en ongedwongen – en door de art brut van geesteszieken, precies omdat in die beide gevallen de onbevangenheid de bovenhand heeft.

De krachtige eenvoud van de kindertekening, zowel qua lijnvoering als coloriet, vormt dus het uitgangspunt van meerdere werken op deze tentoonstelling.

Wie goed kijkt, vindt overal wel een stukje Hageland terug, soms overduidelijk, soms half verdoken. Enerzijds primeert de mens, dan weer het Hagelandse lucht-en wolkenspel, de dorpskern met kerk of de uitbundige vegetatie van onze streek, zonder zijn rijke fauna te vergeten met onder meer paard, uil, das en egel.

Een ode aan het Hageland!