<< IX Echtgenoten zijn zo tijdrovend
“Doe uw best, want God doet al lang niet meer de rest” – Koen Geens

“In mijnen tijd reden de professoren priesters met de fiets rond in Aarschot om te controleren of de studenten niet op café zaten. Nu zitten de leraren zelf op café. Of nog erger, ze exploiteren zelf een café.” – Godfried

Vierde Latijnse in het Sint-Jozefscollege te Aarschot (1945-1946)
Godfried, een ondeugende maar charismatische jongen die opgroeit in Aarschot bijgenaamd de ‘Frie’, gaat naar school in het Sint-Jozefscollege, maar is niet echt een goede leerling. Frie staat bekend om zijn streken en grappen. Hij houdt zich niet aan afspraken maar heeft wel een hart van goud. Zowel zijn ouders, priesters-leerkrachten als zeven suikertantes hebben geen vat op zijn kwajongensstreken.
“Boeksheiring! Lak spek van binne wit en van bowate zwèt!”

Justina Matthijs ‘Stiene Fouche’ (1878-1959) Zij huwde in 1904 met Theodorus Leemans (1881-1919). De jongen links in beeld is Fransiscus Leemans (1904-1968) Het meisje dat uiterst rechts zit stierf op 12 jarige leeftijd.
Buurvouw “Stiene Fouche” stalt haar viskraam op het driehoeksplein over de ouderlijke woning. Onafgebroken dreunt zij: “Boeksheiring! Lak spek van binne wit en van bowate zwèt!” Tiener Frie: “Ik kan geen Stiene Fouche meer horen. Ik. Kan. Ze. Niet. Horen.” Hij gaat voor haar kraam staan en gilt: “Se dik viswaaf! Aave vis zie van binne zwet en is van bowate rot!” Stiene Fouche probeert Frie te achtervolgen om hem een pak rammel te geven. Met schaamte zien Tineke en Arthur het voorval en zijn radeloos. Deze keer is hun jongste zoon te ver gegaan. Er wordt besloten hem naar een streng internaat te sturen.
(2021) Een gesprek over Stiene Fouche met haar kleindochter Justine Leemans en haar achterkleindochter Suzy Van Meensel.
” L’oubli est un puissant instrument d’adaptation à la réalité parce qu’il détruit peu à peu en nous le passé survivant qui est en constante contradiction avec elle. ” – Marcel Proust

De abdijschool van Brasschaat, waar ze Godfried snel met de voeten op de grond zetten.
De fratsen van Godfried: Ze lachen er niet mee op het het Sint-Michielscollege, gesticht in 1931 door de paters Norbertijnen van Averbode. Het elitaire college te Brasschaat waar naast ceo’s, dokters ook juristen hun jonge dagen slijten in de geest van Norbertijnen: discipline en hard werken. Arthur en Tineke juichen toe dat zij de regels consequent toepassen. Dankzij zijn studierichting Latijn-Grieks komt Godfried in aanraking met de grondslagen van onze beschaving. Hij maakt kennis met geïnspireerde dichters, interessante filosofen en kritische geschiedschrijvers. Godfried kent vele Latijnse-en Griekse spreuken-en wijsheden uit het hoofd. Hij heeft altijd een schriftje opzak, waarin hij spreuken noteert.

Retorica Latijn-Grieks in het Sint-Michielscollege te Brasschaat
Het is 1949. Godfried behaalt zijn humaniora diploma en gaat zich inschrijven voor Handelswetenschappen aan de KU Leuven. Het is de wil van zijn ouders dat hij de stoffenzaak zal verder zetten. Maar wanneer Frie het idee heeft dat er weinig te kiezen valt zonder zijn tantes, heeft hij daar helemaal gelijk in. Ook daar mengen de tantes zich. Frie wordt opgewacht aan de inschrijvingsbalie en hij moet voor de rechten gaan.

In dit hoekhuis op de Oude Markt te Leuven, dat via de Lavorenberg uitkomt in de Parijsstraat, gaat Frie op kot bij zijn tantes. Het zijn hoofdzakelijk studenten geneeskunde die daar in ruime en verzorgde kamers verblijven. Kerstmis en Nieuwjaar worden gevierd tussen levensgrote kerstbeelden. De tantes serveren op een Pleyel klavier romige Belle époque melodieën. Margaretha gaat voor ‘Prière d’une Vièrge’.

Margaretha heeft een niet te onderschatten positieve invloed op de studies van Frie aan de KU Leuven. Zij bepaalt en beperkt zijn studentenleven: naar de les gaan, blokken en bidden luidt de onveranderlijke boodschap. «Streng zijn is ook een vorm van liefde.»
” L’homme, plus il étudie, plus il devient humble, car à mesure qu’il apprend, il découvre l’immensité de son ignorance. ” – Aristote
Zo ziet de schooltijd van Mia Jamar eruit!

Mia zit achteraan rechts van de zuster in de kleuterschool van Meulenberg-Houthalen.

” Après le pain, l’éducation est le premier besoin d’un peuple. ” – G. Danton (1759-1794)

Mia wordt thuis Nederlandstalig opgevoed en gaat vanaf haar elf jaar naar het Brusselse internaat ‘les Dames de Marie’ waar ze Frans leert. Mia praat ook een aardig mondje Duits en Engels en mag om de drie weken een weekend naar huis. “Les élèves de l’Institut des Dames de Marie sont destinées à être de bonnes épouses: elles apprennent les tâches ménagères à étudier l’art et la musique. La population est composée des filles de la bourgeoisie ou de l’aristocratie.” Een anekdote door Mia verteld: “Op een vrijdagavond geraakte ik niet meer thuis omdat ik in de Naamsestraat al mijn zakgeld aan een paar schoenen had uitgegeven. Schoorvoetend informeerde ik aan de loketbediende van Brussel-Noord mijn penarie uit. De minzame heer bezorgde mij een gratis treinticket. De volgende week gaf ik de loketbediende een briefomslag met het reisbedrag, een bedankingskaart en een doos Corps-Diplomatique sigaren.” – Mia
Na de humaniora volgt Mia twee jaar opleiding directie-secretaresse aan l’Institut Saint-Jean. Mia houdt van moderne en licht klassieke muziek, en van jodelen. Vooral piano speelt een belangrijke rol binnen het gezin. Bij elk feest speelt Mia piano en jodelt.

Portret van Erasmus 1528 – Hans Holbein de jongere (1497-1543)
” C’est bien la pire folie que de vouloir être sage dans un monde de fous. ” – Erasmus
Kennismaking met de schooltijd van Pieter
“Geene vette, over héél de lijn. Ne lege kop.” – Mia “Zie maar dat ge goed kunt optellen en aftrekken. Da’s ’t belangrijkste” – Frie aan Pieter
“Onze Pieter moest op afbeeldingen de dagtaken van de mama’s aankruisen: Poetsen, koken, wassen, naar de markt gaan, planten. Hij wees er op dat zijn mama alleen maar gaat winkelen in Brussel. Zij doet veel geld op want bij ons steken de schuiven vol geld. Ik kon het in de kleuterschool komen uitleggen.” – Mia Het is Anna die de kinderen meestal naar school brengt en komt halen. Met Pasen krijgen de kleuters de opdracht een plastiek potje Planta boter mee te brengen. Daar worden luchtgaatjes in geknipt. De kindjes krijgen een gekleurd kuikentje mee naar huis. Die sterven allemaal snel van de verf op hun pluimen. Kan Pieter zijn studies aan de bewaarschool afmaken? “Ziet er goed uit”
Westende, de parel der kust

En vacances avec l’association ‘Au petit Lorain’? Trouvez ci-dessous la colonie de vacances sur la côte qui convient à votre enfant.
(omstreeks 1974) Ilse en Pieter worden voor een maand naar een vakantiekolonie gestuurd in Middelkerke-Westende in de villa Chanteclair, ‘Au petit Lorrain”. Madame Allard de Bihl leidt de instelling om kinderen Frans en discipline aan te leren . Zij is weduwe van een Franse Jood en die in 1948 uit Lotharingen (La Lorraine) naar Middelkerke uitgeweken is omwille van haar astmatische zoon, vandaar de naam ‘Au petit Lorrain’. Madame Allard is een oudere, voorname dame die alleen Frans praat. Ilse zit al in het eerste leerjaar en mag aan tafel bij de grotere kindjes. Pieter die nog in de kleuterschool zit neemt plaats aan een tafel met kinderstoeltjes bij de andere kleutertjes. Voor beide wordt het een traumatiserende ervaring. Pieter krijgt daar veel slaag. Hij slaat op de vlucht, wordt gevat en krijgt daarvoor serieus klappen. “Een begeleidster stak mij altijd in een véél te heet bad. Ik schreeuwde en klopte op de begeleidster die een Mireille Mathieu kapsel had. Dan kreeg ik slaag van haar in het bad. Zij zette de sproeier met nog meer heet water over mij. Het was elke avond een gevecht met die begeleidster. Vervolgens werd ik overhandigd aan een oudere leider die mij troostte, overal streelde en knuffelde om mij te kalmeren. Hij legde mij dan uiteindelijk in m’n bed.” – Pieter “We kregen heel de tijd boterhammen met boter en confituur en ik lust geen boter en ik moest dat zo eten. Voor de rest was het horror, alles was verschrikkelijk. Ik herinner mij nog de geur nog van daar. Het is een heel erg levens trauma. Waar haalt ge het uit om daar nog over te beginnen?” – Ilse

“Ik heb me altijd anders gevoeld, maar kon er nooit de vinger opleggen wat het was. Waarom ik niet meekwam op school. Moeite had met vriendjes maken.” – Pieter
Voor een opstel schrijven in de lagere school laat Pieter zijn vader de titel kiezen. Het wordt “De moord in de tafelschuif” en Pieter krijgt 8/10.
Het zesde studiejaar passeert Pieter als intern bij de Jezuieten in Turnhout. “We schreven met vulpen en koningsblauwe inkt maar ik stak er paarse inkt in en daarvoor trok de leraar voor elke taak en toets een punt af.” – Pieter Na een jaar Jezuieten komt Pieter terug naar Aarschot.
” Il n’y a pas de réussite facile ni d’échecs définitifs. ” – Marcel Proust

notarissen werden slachtoffer van de guillotine (1793-1794)
In ’t college wordt tijdens de geschiedenisles al jubilerend onderwezen dat de Franse koninklijke familie en omgeving waarbij notarissen behoren, langs de guillotine passeerden. Pieter wordt bij godsdienst gevraagt een tekst voor te lezen waarin staat dat het oneerlijk is dat een notaris zoveel meer verdient dan een poetsvrow. Pieter trekt zich meer en meer terug van het school gebeuren en probeert zichzelf wat bij te scholen. In de bibliotheek van Aarschot komt hij de tsaren tegen die op de duur hetzelfde lot beschoren waren als de Franse kroondragers. Toch zal Rusland Pieter blijven fascineren.
” Tegen dat ’t terug revolutie is zullen ze mij als eerste komen halen. ” – Frie

Alfons Van Hool (1929-2013), Mia, Irène Valkeniers
Frie gaat er prat op dat hij met Fons Van Hool uit het dorp van de bus, Koningshooikt op kostschool zat. In 1947 werd Fons uit de klas gehaald om stamvader Bernard (1902-1974), een inventieve koetswerkbouwer voor bussen en commercieel transport te assisteren. Fons hielp het bedrijf van zijn vader te evolueren van een kleine carosseriebouwer naar een volwaardige innovatieve busbouwer met een enorme groei. Het begin van een internationaal succesverhaal.
Godfried sponsort Pieters’ vrachtwagen-en autobus rijbewijs droom. “Gui dan mui rap in Irak met de camion gaan rij’jen as kannonne vliejes.” – Frie Zijn eerste en laatste toer brengt zorgeloze buschauffeur Pieter naar Parijs met Chinezen. “Pieter, you don’t look and don’t behave like a busdriver…” ’s Avonds bedisselen de Chinese toeristen en Pieter om zonder de gids met de bus te genieten van de lichtstad. Bij thuiskomst moet Pieter de contactsleutel definitief inleveren. Mia ment Pieter naar de Van Hool fabriek om daar nieuwbakken bussen aan buitenlandse klanten te showen. Van Hool leidt Pieter rond in zijn productiebedrijf maar besluit dat Pieter beter wordt in de creatieve sector. Frie herhaalt om niet op te geven, dat een briljant student zijn geen garantie is voor een top-carrière. De huidige upper class waren vaak middelmatige studenten.

” Ge had beter gestudeerd als ge naar ’t school moest gaan. Waar komt ge nu nog mee af. ” – Mia

Na twee jaar cursus Russisch werkt Pieter voor enkele maanden in de Hermitage van Petersburg. (2015)

Please don’t send me back to the wolves but feed me to the bears. (foto: Petersburg, 2015)

‘New symbollism’ – Innocent Dreams of a red settee – a few scenes from the life of Minotaur – Anastasia Neliubina – St. Petersburg (1997)
Anastasia resideert Pieter anderhalve maand in Petersburg. Dagelijks focust de artieste languit op haar rode chaise longue zo geconcentreerd op doelstellingen dat die volgens haar zonder een krimp uit te zetten verwezenlijkt worden. De kunstenares maant Pieter aan de nobele kunst van het nietsdoen te omarmen.

XI Pro Rege >>>