Ernest Van den Panhuysen 

Zelfportret

olie op canvas

Autoportrait

huile sur toile

Selbstporträt

Öl auf Leinwand

C.C. Het Gasthuis – Aarschot

olie op paneel

huile sur panneau

Öl auf Holz

32 x 22 cm

Eerste Wereldoorlog 

olie op canvas

La grande guerre

huile sur toile

Erste Weltkrieg

Öl auf Leinwand

36 x 31 cm

Ezel

olie op canvas

L’âne

huile sur toile

Esel

Öl auf Leinwand

100 x 70 cm

Bedevaart naar Scherpenheuvel

olie op paneel

Pèlerinage à Montaigu

huile sur panneau

Wallfahrt nach Scherpenheuvel

Öl auf Holz

Leeuw

olie op canvas

Lion

huile sur toile

Löwe

Öl auf Leinwand

56 x 75 cm

Norbertijn van Averbode

olie op canvas

Norbertin d’Averbode

huile sur toile

Vater aus Averbode

Öl auf Leinwand

42 x 32 cm

Pastoor

olie op doek

Pasteur

huile sur toile

Pastor

Öl auf Leinwand

Ernest Van den Panhuysen werd na het vroegtijdige overlijden van zijn ouders in Aarschot opgevoed door zijn pleegouders Jan Noppen (schrijnwerker) en Rozeke Van den Panhuysen.  Aan “Tante Rozeke” bewaarde hij steeds dankbare herinneringen.

Hij werd student aan de Grieks-Latijnse humaniora aan het Sint-Jozefscollege te Aarschot.  Hij volgde ook gedurende twee jaar lessen aan de Stedelijke Avondschool.  Later werd hij leerling aan de Academie van Beeldende Kunsten in Leuven waar hij o.m. Constantin Meunier als leermeester had.

In 1893 trok hij een ongunstig lot en werd hij opgeroepen voor drie jaar legerdienst.  Van zijn soldatentijd in Antwerpen maakte hij gebruik om lessen te volgen aan de plaatselijke Academie voor Schone Kunsten, later werd hij ingeschreven als leerling aan het Hoger Kunstinstituut van de Staat te Antwerpen waar het impressionisme van leermeester Frans Van Leemputten een diepe indruk op hem maakte.

Op 12 juli 1901 werd zijn schilderij “De terugkeer” met de prijs “De Keyzer” bekroond, hetgeen hem toeliet een studiereis van drie maanden naar Rome te ondernemen.

Inmiddels werd Van den Panhuysen op feestelijke wijze onthaald in Aarschot en werd hij samen met zijn leermeester Frans Van Leemputten op het Aarschotse stadhuis gehuldigd.

In 1905 werd hij benoemd tot leraar aan de Academie voor Schone Kunsten in Aalst.  Ernest Van den Panhuysen had ondertussen kennis gemaakt en trouwde met Maria De Coninck, dochter van dokter Fr. De Coninck, lijfarts van keizerin Charlotte van Mexico.

Het echtpaar vestigde zich in 1906 te Grimbergen en vanaf 1914 in Schaarbeek.

Hij overleed op 7 maart 1929 aan de gevolgen van een aanrijding door een auto.

Nadat er door de Aarschotse Kring voor Heemkunde en het toenmalige Stadsbestuur contact opgenomen was met Mevrouw Van den Panhuysen kwam er, in 1965 op het verzoek een akkoord over gematigde voorwaarden om een groot aantal werken van haar overleden echtgenoot aan de Stad Aarschot over te maken.

(…) Wanneer men bij hem binnenkwam viel men in een ark van Noe. Overal zag men leeuwen, tijgers, kemels, paarden, koeien, schapen, honden, katten, enz., die daar sluimerden, graasden, rustten, voortstapten of zich vermaakten.   Deze levende fauna, alhoewel geschilderd, maakte een deel der gewrochten uit van den grooten meester die vanden Panhuysen was. Hij verstaat goed ’t karakter der dieren en weet het magnifiek weer te geven. Realistisch juist, scherp opgemerkt, plastiek en vol innigheid zijn zijne dierenschilderingen in ’t algemeen. Hij heeft ’n zekerheid in z’n hand, ’n gevoel voor lijn en koloriet, ’n zeer gevoelig-zachte ziel: zijn hart is een schatkamer van goedheid. (…)

        bron :   In memoriam: Ernest vanden Panhuysen Karel Rutgeerts, 1933, p. 32

  • (…) Vooral de religieuzen, wat ’n getuigenis van diep indringen in de menschelijke psychie; Van den Panhuysen was voor ons genomen in vollen scheppingsdrang.  Hij kon die religieuzen zoo mooi schilderen dat geen enkel kunstenaar hem daarin zou evenaren, omdat zijn geest diep doordrong; omdat hij sympathie voelde, die kon overslagen tot geestdrift, en dat hij kunstenaar was en macht had over de kleuren en de techniek bedwingen kon.   In 1903 gaven verschillige bladen zeer gunstige beoordeelingen over zijne tentoongestelde schilderijen in de tentoonstelling van Schoone Kunsten te Brussel, bijzonder de portretten van de priors der abdijen van Averbode en Grimbergen werden zeer opgemerkt en gunstig beoordeeld. Die prachtige portrettenreeksen zullen hem tot een blijvenden roem zijn; zij zijn ’n practige getuigenis van de verdieping zijner menschelijkheid. (…)                             bron :  In memoriam: Ernest Van den Panhuysen                                                       Karel Rutgeerts, 1933, pagina 43-44.
  • “In 1903 gaven verschillige bladen zeer gunstige beoordeelingen over zijne tentoongestelde schilderijen in de tentoonstelling van Schoone Kunsten te Brussel, bijzonder de portretten van de priors der abdijen van Averbode en Grimbergen werden zeer opgemerkt en gunstig beoordeeld. Die prachtige portrettenreeksen zullen hem tot een blijvenden roem zijn. Zij zijn ’n prachtige getuigenis van de verdieping zijner menschelijkheid.  Eere aan Averbode: het toevluchtsoord der kunstenaars. Want Averbode heeft Van den Panhuysen, met hem werk te verschaffen, vooruitgestuwd en machtig meegewerkt om zijn faam te vestigen.”
  • De digitale versie van het boekje downloaden “In memoriam: Ernest Van den Panhuysen”  :


(pdf-formaat, ~2,4 MB)